pasfoto

Geboren, drie jaar na de oorlog, in West-Vlaanderen. Tot mijn zesde woonde ik in het aardsparadijs, zijnde een groot huis met een gigantische groentetuin, boomgaard en visvijver midden in een klein dorp.

Daaruit verdreven na het faillissement, van mijn vaders fabriek, en terecht gekomen in Antwerpen. Gore, rommelige en vuile stad met arrogante bewoners "sinjoren". Voortdurend heimee naar het verloren paradijs. Voortdurend gevoel een geamputeerd wezen te zijn.
Op mijn veertiende van school geschopt wegens teveel angry young man. Bij een fotograaf in de leer gegaan tot mijn legerdienst, daarna een tijd met de duim in de lucht rondgezworven. Eerst een half jaar naar het hoge noorden, dan wat geld bij elkaar gegaard en terug vertrokken naar het uiterste zuidpuntje van Afrika.
Duizenden Kilometers en een jaar later, met voortdurend goesting naar mosselen - friet en maatjesharing, in Kaapstad aangekomen.
Toen vond mijn lief, later mijn vrouw het welletjes en kreeg ik de boodschap: "Overkomst dringend gewenst!"

Het echte leven schonk mij drie kinderen en twee firma's. Mijn sterke vrouw, mijn ruggengraat, stierf amper 44 jaar oud geworden, aan een lange slepende ziekte. Toen mijn firma's verkocht waren en mijn kinderen groot, werd het mij alsmaar te eng in de koekestad.
In die stad waar hondenpoep op de stoep van officiële zijde tot levensbedreigenste probleem nummer 1 is uitgeroepen, waar niet de besten gewaardeerd worden, maar degenen met de beste connecties, knaagde het heimwee naar het verloren paradijs van mijn kinderjaren van langsom harder.
Zo erg, dat ik weer de symbolische stapschoenen aantrok, zoekend naar een land waar nog verten zijn.
Weg van modieuze weldenkenden, gedachtepolitie, nieuwe kwezels, intellocraten, regelneven, en de van stadswege, door Patrik Janssens vergunde nachtbrakerij middels disco "boem,boem", vlak naast mijn deur en slaapkamer.

West Vlaanderen kwam niet meer in aanmerking, want daar ook al volgebouwd met fermettes en home van Renaat Landuyt.
Per toeval, via een Poolse poetsvrouw belande ik in Polen, Nedersilezie, Lupki, Wlen. Een schok van herkenning!!
Weer diep kunnen adem halen, weer breed de armen kunnen strekken zonder iemand een bloedneus te slaan, weer heroïsch en eenzaam kunnen leven, weer duistere nachten, allom aanwezige natuur en weer oorverdovende stilte.

Paradijs teruggevonden!
Salamanders, hagedissen, Vlaamse gaaien, veldbloemen, kilometerslange boswegels, weidse velden, oneindige horizonten, zinderende zomers, bloeiende boomgaarden, sneeuwwitharde winters, en als bonus vossen, reeën, wilde zwijnen en herten zomaar voor mijn voeten lopend.
En daar, midden ARKADIA stond ook een oud barokslot te verkrotten. Doornroosje wachtend, om door mij, uit diepe slaap gewekt te worden.
LENNO, de mooiste vlek op aarde.
De cirkel is rond, het geluk van mijn jeugd heb ik hier in mijn oude dagen weergevonden. Ondertussen restaureer ik Lenno al vier jaar.
Dat het hier ook al eens regent en ik niet alle dagen melk en honig op mijn bord krijg, kan van sommige verhalen op deze weblog worden afgelezen.
Veel Leesgenot, en stuur mij af en toe een berichtje uit Metropolis.