Vanmorgen gewekt door geweerschoten vlakbij. Mij vlug aangekleed en op zoek gagaan. Aan de poort twee bange jongetjes opgeladen die niet naar hun huis in het naastgelegen dorp Kleca durfden. Mijnheer daar schieten jagers!!
De veldweg door mijn domein, de korste weg naar Kleca, versperd door een jachtwacht. Hij sommeert mij rechtsomkeer te maken. Dat vond ik nogal straf, doorgang te worden ontzegd op mijn eigen grond; dus reed ik toch door. Wat verder een bloederig tafereel.

Everzwijnenjacht

Een juist geschoten zwijn wordt van zijn ingewanden en zijn essentials ontdaan. Een van de jagers herken ik als een man, die mij al vele malen heeft geholpen en ik word al wat milder gestemd.
Overigens heb ik wettelijk niet het recht om de jacht op mijn domein te verbieden. De jagers werken in opdracht van het boerensyndikaat. In ruil voor jachtrecht krijgen de boeren schadevergoeding van de jachtverenigeingen wanneer wild de velden en de oogst schade toebrengst. Er zou bij mij wel een procedurefout zijn gemaakt want men moet de eigenaar vooraf verwittigen als er gejaagd wordt, uitgebreide verontschuldigingen en een uitnodiging voor een gezamelijk veldontbijt laten het restje chagrijn in mij verdampen.
Enfin ik maak van de nood een deugd en volg de jagers nieuwsgierig op de voet.



Na het ontbijt wordt een eerste balans opgemaakt. Een waarlijk groot excemplaar ligt aan de voeten van de eveneens gigantische schutter.
Het beest moet slim en sluw al vele jaren zijn kunnen ontsnappen, maar nu heeft zijn ouderdom hem parten gespeeld. De jagers verdelen zich in twee groepen. Een groep loop in een grote kring vergezeld van een meute kleine afgerichte hondjes in het bos en drijft langzaam het wild voor zich uit. De drijvers zijn met te weinigen om de kring eng gesloten te houden en de zwijnen hebben een faire kans om te ontsnappen.
Maar er is zoveel wild in deze streek dat aan het einde van de jacht er toch, een vijftiental stuks evers en een vos, op een bedje van versgesneden dennentakken gesorteerd van groot naar klein op de grond ten toon liggen.



En er zijn dan de vele jagersrituelen, waarvan er een voorschrijft, dat men het hoofd ontbloot en even eerbiedige stilte in acht neemt wijl het Halali uit de horens klinkt, ter ere van de waardige tegenstanders. En de koning van de jacht, de man met het meeste stuks op zijn naam, (hier een die Twee zwijnen en een vos schoot), krijgt een speldje meer op zijn jagershoedje.
De geschoten dieren worden opgemeten, gewogen en in een register opgenomen. Er mag maar een berekend aantal dieren per seizoen geschoten worden. Elke jager kan zijn dier mee naar huis nemen.



Wie dat niet wil kan zijn beest aan de onfortuinlijken die niets geschoten hebben verkopen. De jagers hebben voorkooprecht. De prijzen varieren van 1000 tot 4000 frank per dier.
De dieren die niet door de jagers meegenomen worden gaan naar een centraal verkoopspunt waar handelaars ze voor de export uitzoeken.